Helden van De Ronde

Ontdek de opmerkelijkste figuren van de Ronde.

1913 - DE EERSTE 'HEREN' VAN DE RONDE

De erelijst van de Ronde van Vlaanderen telt tot op heden 97 winnaars, in 2014. De eerste editie wordt in 1913 gereden. Er staan dan niet meer dan 37 renners aan de start, waarvan er slechts 16 de aankomst bereiken. Paul Deman is de naam die we hier onthouden. De man uit Rekkem wint in 1914 ook Bordeaux-Parijs en na de oorlog ook Parijs-Roubaix en Parijs-Tours.

Zijn leven – en dat van de halve wereld – wordt drastisch overhoop gesmeten in 1914, wanneer de Eerste Wereldoorlog België op zijn grondvesten doet daveren. Deman gaat in dienst als spion, een taak die hij van op zijn fiets kan blijven uitoefenen. Naar verluidt smokkelt hij geheime boodschappen over naar Nederland, in een gouden tand. Bij een van die opdrachten wordt hij gevat en door de Duitsers ter dood veroordeeld.

Dat hij de oorlog overleeft, heeft Deman te danken aan het gelukkige toeval, dat het kamp waarin hij opgesloten zit, wordt bevrijd op de dag dat zijn executie staat ingepland. Zo onstsnapt Paul Deman nipt aan een gewisse dood.

1919 - DE DOODRIJDER VAN LICHTERVELDE ROERT ZICH

In 1914 mag Marcel Buysse het hoogste schavot in Gent beklimmen, met het gerommel van de aanstormende Kaiser op de achtergrond. De daaropvolgende vier oorlogsjaren wordt de Ronde om begrijpelijke redenen afgevoerd. Vlaanderen is gedeeltelijk front en gedeeltelijk bezet gebied geworden. Van koersen is geen sprake.

Henri 'Ritte' Vanlerberghe, de 'doodrijder van Lichtervelde', wordt de eerstvolgende winnaar van de Ronde, vier jaar later, na de wapenstilstand. 'Ritte' verschijnt in 1919 aan de start met lege handen, leent een reservefiets van een collega, mompelt enkele welgemeende sportieve dreigementen ('Ik ga jullie allemaal doodrijden!') en rijdt de tegenstand vervolgens op een hoopje.

Niemand slaat ooit een groter gat. Er wordt zelfs beweerd dat dit gat nog groter zou zijn geweest, als hij bij aankomst niet eerst een aantal pinten was gaan drinken in een café onderweg naar de wielerbaan van Gent. Of dit verhaal mythe of werkelijkheid is, laten we voorzichtigheidshalve in het midden, maar het is een mooi verhaal. Opmerkelijk is wel dat het verhaal zelfs leeft tot in de VS, waar de bijnaam van Henri Van Lerberghe - Ritte - de merknaam van een bijizonder mooie lijn racefietsen is geworden.

1920 - BUITENLANDSE RENNERS IN DE RONDE

In den beginne is de Ronde vooral een Vlaamse koers, maar vanaf 1920 komen ook internationale renners aan de start. In 1923 wint de Zwitser Heiri Suter als eerste buitenlander de Ronde van Vlaanderen en even later ook Parijs-Roubaix. De enige niet-Belg die sindsdien in deze 'dubbel' slaagde, heet Fabian Cancellara.

1931 en 1932 zijnhet jaar van Romain Gijssels uit Denderwindeke. Ook hij slaagt in 1932 in de vermaarde dubbel. Karel Van Wijnendaele erkent zijn overwinning, maar vergelijkt hem in een van zijn artikelen met een 'winkeljuffrouw' in plaats van 'een dwangarbeider van de baan'. Gijssels kan Van Wijnendaele niet overtuigen in het klimwerk, maar des te meer in het gewiekst inschatten van zijn tegenstanders.

1940 - ACHIEL BUYSSE IN OORLOGSTIJD

De eerste drievoudige winnaar van de Ronde heet Achiel Buysse. Hij wint in 1940, 1941 en 1943, maar doet dat in volle oorlogstijd, wanneer de tegenstand fel uitgedund is en het parcours minder zwaar dan anders. Daar kan Buysse uiteraard niet verantwoordelijk voor worden gesteld, maar voor sommige kenners is dit voldoende reden om zijn heldenstatus enigszins af te zwakken, ten opzichte van die van Magni, Leman, Museeuw, Boonen of Cancellara, die het hem nadoen in betere tijden.

1942 - BRIEK SCHOTTE, DE FLANDRIEN

Vanaf 1942 verschijnt 'IJzeren' Briek Schotte in de erelijst. Ook hij start in de oorlogsjaren, maar Briek is van een ander kaliber. Hij neemt 20 keer deel aan de Ronde en wint ze in 1942 en 1948. Op zijn leest wordt het prototype van de 'flandrien' geschoeid. Briek sterft in 2004 en wordt de kerk binnengedragen door Rik Van Looy, Eddy Merckx, Frank Vandenbroucke, Roger De Vlaeminck, Freddy Maertens, Eric leman, Sean Kelly en Benoni Beheyt, wat zijn status illustreert. Hij krijgt een standbeeld in Kanegem. Het is Briek Schotte die hieronder zegeviert.

1949 - FIORENZO MAGNI BIJT DOOR

In 1949, 1950 en 1951 wint Fiorenzo Magni de Ronde. Dat maakt hem de enige die er in drie opeenvolgende jaren in slaagt om Vlaanderens Mooiste te winnen. Hij behaalt 109 overwinningen in zijn carrière, waarvan de meeste in Italië. Dat hij een doorzetter is, bewijst de anekdote dat hij ooit met een gebroken sleutelbeen de Giro uitrijdt en daarbij tweede wordt.

De jaren 50 zijn ook de jaren van helden als Wim Vannest (NL), beter gekend als 'IJzeren Willem', de man die in 1953 de Ronde van Vlaanderen wint. Hij gaat de geschiedenis in met zijn etappezege (en gele trui) in de Ronde van Frankrijk en de 70-meter-diepe duik in een ravijn, de dag erna. Hij overleeft de val en heeft dit deels te danken aan Roger Decock, die de Ronde van Vlaanderen in 1951 wint. Hij is getuige van Vannests onfortuinlijk manoeuvre en gaat prompt hulp halen. Vannest komt er met de schrik van af.

Stan Ockers vergaat het minder goed. In 1956 wordt hij tweede in de Ronde van Vlaanderen, na Jean Forestier. In september van dat jaar komt hij zwaar ten val op de wielerpiste van Antwerpen. Hij overlijdt enkele dagen later aan zijn verwondingen.

1959 - DE KEIZER VAN HERENTALS

Opvallende namen op de erelijst van de Ronde na 1956 zijn die van Fred Debruyne, Rik Van Looy en Tom Simpson. De eerste omdat hij de Ronde wint in 1957 en nadien de stem van de koers wordt, vanop een motor in de karavaan, voor de nieuwsredactie. De tweede omdat hij niet minder dan 493 wedstrijden wint, waaronder twee keer de Ronde, in 1959 en 1962. De derde omdat hij het gezicht wordt van de doping die de wielersport decennia lang in een slecht daglicht zou stellen. Simpsons hart begeeft het tijdens een bergrit in de Ronde van Frankrijk van 1967. Hij wint de Ronde van Vlaanderen in 1961 en wordt derde in 1963.

1964 - BENONI BEHEYT DAAGT DE KEIZER UIT

In 1964 wordt Benoni Beheyt tweede in de Ronde van Vlaanderen na Rudi Altig (DEU). Beheyt wordt vooral legendarisch door zijn overwinning op Rik Van Looy tijdens het wereldkampioenschap in Ronse van 1963. Van Looy ishet niet gewend om te verliezen, maar krijgt van Beheyt het nakijken tijdens de sprint, hoewel hem onvoorwaardelijke steun van alle Belgische renners is toegezegd aan de start. Van Looy zou het hem niet vergeven en maakt het Beheyt in de daaropvolgende jaren zo lastig dat Beheyt het na een aantal jaren, moegetergd, voor bekeken houdt en zijn fiets aan de wilgen hangt.

1969 - DE KANNIBAAL PEUZELT DE TEGENSTAND OP

In de jaren '60 zien we uiteraard ook hét gezicht van de wielersport opduiken op het podium van de Ronde, al is dat niet meteen om de hoofdprijs in ontvangst te nemen. Eddy Merckx – de kannibaal – wordt (slechts) derde in 1967, in een periode waarin hij in al zijn gretigheid een onuitwisbare stempel op de wielersport drukt.

Merckx wordt wereldkampioen in 1967 en wint Milaan-San Remo in 1966 en 1967. Maar de Ronde van Vlaanderen wil niet meteen lukken. Het duurt tot in 1969, eer hij – tot grote opluchting van de wielerverslaggevers van die tijd – Vlaanderens Mooiste naar zijn hand weet te zetten. En op welk een manier! Merckx springt weg met nog 70 km te gaan en rijdt 5 minuten voorsprong bijeen op Felice Gimondi. Merckx wint de Ronde nog een tweede keer in 1975, maar daar blijft het bij. Milaan-San Remo wint Mercx niet minder dan zeven keer. De Ronde van Frankrijk wint hij vijf keer.

1970 - ERIC LEMAN, DRIE KEER WINST

De man die Merckx een aantal keren van een Vlaams feestje weghoudt, heet Eric Leman. In 1970, 1972 en 1973 is hij de snelste in de Ronde. En volgens wie het kan weten, heeft hij geen van die overwinningen ooit gestolen. De man waarvoor Leman het meeste schrik heeft, is Freddy Maertens. Hij is dé coming man, die in 1973 als tweede na Leman en voor Eddy Merckx eindigt. Maar Maertens haalt het hoogste schavotje nooit.

Het zit er nochtans in en iedereen kijkt er reikhalzend naar uit. Hij wint tientallen koersen per jaar, waaronder twee keer het wereldkampioenschap, een hele reeks etappes in de Tour, de Vuelta, Parijs-Brussel, Omloop Het Volk, Gent-Wevelgem en zo verder. En in 1977 is hij goed op weg om de Ronde te winnen, ware het niet dat hij op de Koppenberg een verse fiets onder zijn kont wordt geschoven en op die manier (volgens de jury) een handje toe wordt gestoken in die lastige klim.

Het is Roger De Vlaeminck die de Ronde van 1977 wint. Maertens gaat op het einde zelfs niet meer voor winst in de sprint met twee, omdat hij beseft dat hij hoedanook gediskwalificeerd zal worden. Maertens is al die tijd wel keihard blijven doorfietsen en heeft De Vlaeminck zo, met de vingers in de neus, naar de overwinning geloodst. Wat hem niet in dank wordt afgenomen.

Aan die fameuze Ronde houdt Freddy Maertens een weinig benijdenswaardige 'morele' ritwinst over. Volgens velen had hij met recht en reden de echte zege moeten krijgen.

1985 - EEN ONTKETENDE VANDERAERDEN

In de jaren '80 herinneren we ons vooral die ene Ronde, waarbij het zo'n hels slecht weer is, dat je er nog geen hond doorheen zou willen jagen. 1985 is het jaar van Eric Vanderaerden. Op gevaar van lijf en leden sleurt het peloton zich door onophoudelijke slagregen en een striemende wind over beslijkte kasseien. Wat Vanderaerden die dag laat zien, tart de verbeelding. Hij rijdt een ronduit schitterende koers, krijgt een lekke band vlak voor de Koppenberg, wisselt een wiel, dicht het gat en slaat de tegenstand vervolgens met zo'n duivelse klap de kop in de ribben, dat elke wielerliefhebber het haar in zijn nek voelt rechtkomen. Vanderaerden wint de Ronde slechts een keer, maar die ene keer telt voor twee.

1989 - VAN HOOYDONCK WINT HARTEN

Een ander moment dat voor eeuwig op het netvlies van wielerminnend Vlaanderen gebrand staat, is die eerste overwinning van Edwig Van Hooydonck, in 1989. Niet zozeer om de nochtans mooie manier waarop de jonge Van Hooydonck de Ronde wint, maar wel om de tranen die hij niet kan bedwingen wanneer hij op het podium staat en zijn palm in ontvangst neemt. De Ronde winnen is het hoogste goed voor een Vlaamse renner. Geen beeld ter wereld kan dit beter illustreren dan een huilende Van Hooydonck. In 1991 doet Van Hooydonck het nog eens over, als gedoodverfde winnaar, met de ogen van het hele peloton op zich gericht. Ook nu weer plaatst hij zijn beslissende demarrage op de Bosberg, net als in 1989. Ook nu weer rijdt hij weg, op vleugels en wint de schoonste koers van het jaar.

1993 - DE LEEUW VAN VLAANDEREN

In 1993 weerklinkt het gebrul van 'De Leeuw' voor het eerst. Het zijn magische tijden voor de Ronde en voor de klassiekers in het algemeen. Johan Museeuw is ronduit de beste sprinter en de meest volwaardige renner ter wereld. Het kan en mag niet misgaan. Nochtans gaat het in 1992 wel mis. Museeuw verliest de Ronde met een onwaarschijnlijk verschil van 7mm. Men heeft er spitstechnologie voor nodig om de ritwinst van die dag met zekerheid te kunnen bepalen.

In 1993 gaat het er anders aan toe. Museeuw springt weg in de Tenbossestraat, met Frans Maassen in zijn wiel. Die laatste rijdt in dienst van Van Hooydonck en wil uiteraard niet meewerken. Maar De Leeuw is ontembaar. Hij balt zijn spieren op de Muur, pareert even later een ontsnapping van Maassen en verslaat hem in de sprint. Pure klasse.

Ook in 1995 en 1998 wint Museeuw de Ronde. En niet alleen de Ronde. Ook de 'Hel van het Noorden' komt onder zijn heerschappij. Museeuw wint Parijs-Roubaix drie keer en ontmoet er ook het noodlot, wanneer hij er zo hard ten val komt dat hij er bijna zijn been en zijn leven bij verliest.

Zijn overwinning van 2000 in Roubaix is er dan ook eentje om in te kaderen. Het is onvergetelijk mooi om zien, hoe Museeuw de wielerbaan van Roubaix opdraait, alleen op kop, na een verbeten strijd en hij bij de aankomst zijn linkervoet uit zijn pedaal losklikt, zijn been strekt en de wereld erop attent maakt dat hij van ver is teruggekomen. Drie keer de Ronde winnen én drie keer Parijs-Roubaix winnen… Het is aan weinigen gegeven. Cancellara kan het. En ook Tom Boonen doet het. Net iets beter zelfs. Hij wint Parijs-Roubaix vier keer.

1999 - PETER VAN PETEGEM

Andere helden van weleer zijn Peter Van Petegem – de 'zwarte van Brakel', om zijn allesbedekkende zwarte lichaamsbeharing – die de Ronde wint in 1999 en 2003 en Andrei Tchmil, ooit een Pool, maar zo vergroeid met de koers en met Vlaanderen dat hij al snel 'een van ons' wordt. Hij heeft de gebogen, hoekige stijl van de oerflandriens. Koersen staat voor Tchmil synoniem voor afzien, ploeteren, zwoegen en nooit ofte nimmer opgeven. Tchmil wint de Ronde op een prachtige manier in 2000.

2005 - TORNADO TOM

In 2005 begint de hegemonie van Tom Boonen, 'Benny Love', 'Tornado Tom', de 'Bom van Balen', een renner die alles heeft om grootse dingen te doen en dat in NO TIME ook waarmaakt. Boonen wint de Ronde in 2005, lapt er Parijs-Roubaix bij, een week later, en wordt ook wereldkampioen dat zelfde jaar. België is te klein. Het dak gaat eraf. Niet alles gaat altijd even vlot voor Tom Boonen, maar al bij al slaagt hij er wel in om een heel resem klassiekers op zijn naam te schrijven. Boonen wint de Ronde drie keer, in 2005, 2006 en 2012. Het zijn stuk voor stuk zeer verdienstelijke overwinningen.

2010 - SPARTACUS KOMT OVER DE ALPEN

En dan heb je Fabian Cancellara nog, een man met drie mooie Ronde-overwinningen op zijn naam. Herr 'Spartacus', 'de Beer van Bern' mag dan wel uit Zwitserland komen, maar hier in België wordt hij als een eigen zoon ontvangen. Wie kan koersen als Cancellara, mag zelfs Vlamingen verslaan en krijgt er een clubhuis in Oudenaarde voor cadeau. Hij wint de Ronde van Vlaanderen in 2010, 2013 en 2014 en wint ook Parijs-Roubaix drie keer. Twee keer slaagt hij in de vermaarde dubbel, telkens als favoriet, wat nooit een ideale uitgangspositie is.

Schrijf je in op de nieuwsbrief