De Ronde Van Vlaanderen

Op 25 mei 1913 schoot wielerjournalist Karel Van Wijnendaele de eerste Ronde van Vlaanderen op gang met de eenvoudige woorden 'Heren, vertrekt!'. Geen mens kon vermoeden dat zijn koers zou uitgroeien tot de klassieker die hij vandaag geworden is. De Ronde heeft in de loop der jaren de klinkende bijnaam 'Vlaanderens Mooiste' gekregen, een welverdiende erkenning voor de sportieve uitdaging die de wedstrijd zo groot maakt én voor het prachtige landschap, waar het peloton zich een weg doorheen slingert.

Oost-Vlaamse bergen

Het zijn de Vlaamse Ardennen die de Ronde kleuren. De wedstrijd startte tot 2016 traditiegetrouw in Brugge, nu in Antwerpen, maar het is pas wanneer de eerste 'bergen' van Oost-Vlaanderen opduiken dat het vuur echt aan de lont wordt gestoken. Bergen kan men ze nauwelijks noemen, met amper een paar tientallen meters hoogteverschil. Toch hebben ze die naam gekregen:  de Koppenberg, de Paterberg, de Taaienberg. Aanschouw ze vanuit de verte en je merkt slechts een opvallende glooiing in het landschap. Probeer ze te beklimmen met een fiets en je weet waarom men ze bergen noemt. De wegen erop trekken zich vaak recht naar de top en bestaan niet zelden uit een mozaïekwerk van kasseien; stenen die geteisterd zijn door regen, koude, wind en slijk. De voegen ertussen waren ooit groot genoeg om een koerswiel in te slikken. Je moest een acrobaat zijn om ze zonder vallen te bedwingen, vooral wanneer je dit in groep deed, vooruitgestuwd door voortdurende beweging, wiel aan wiel, door moddersporen en over platgedesterde hoopjes glibberige bladeren.

Honderd jaar geleden was het al een tour de force, op een stalen ros dat een veelvoud woog van de bolides van vandaag. Maar ook nu nog is het een huzarenstuk om de Ronde te rijden. De gemiddelde snelheid van het peloton is zo goed als verdubbeld. Het aantal deelnemers is fors gestegen van 37 in 1913 naar 200 in 2014. Er is onwaarschijnlijk veel poen mee gemoeid. Er staan honderdduizenden toeschouwers langs de kant van de weg  en er zitten zo'n 160 miljoen mensen wereldwijd aan het scherm gekluisterd wanneer de Ronde gereden wordt. De Ronde is een Vlaamse kermis én een F1-rit tegelijkertijd. Geen andere sportmanifestatie zet Vlaanderen op dergelijke wijze op de wereldkaart.

Dat was in 1913 anders, vertelt Rik Vanwalleghem, sportjournalist, auteur en directeur van het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde. 'Buitenlandse deelnemers en belangstelling waren er in 1913 niet, sponsors al evenmin, net zoals toeschouwers langs het parcours. De renners van toen reden ook nog niet in ploegverband. Tot de jaren '50 mocht je als renner van niemand hulp krijgen en moest je alles zelf herstellen. Brak je stuur af, dan moest je een werkplaats van een smid zoeken, ergens langs het parcours om alles zelf terug aan elkaar te lassen. In de winter gingen die gasten in de leer bij vakmannen zodat ze tijdens de koers wisten hoe ze hun 'velo' zo snel mogelijk konden herstellen.'

Flandriens

Zo werden helden geboren, 'flandriens' die dagelijks hard werkten op het land en op zondag op een fiets kropen, om te winnen. Zo ging het ook met Henry 'Ritte' Van Lerberghe, de 'doodrijder van Lichtervelde'. Ritte won een etappe in de Tour de France van 1913 en werd tweede in de Ronde van Vlaanderen van 1914. Maar het was na de Eerste Wereldoorlog dat hij zijn legende creëerde. Ritte was vier jaar soldaat  geweest en had zin om te koersen. Hij kwam in 1919 aan de start van de Ronde zonder fiets, leende een reservefiets van een tegenstander, keek eens goed om zich heen en sprak de gevleugelde woorden 'ik ga jullie hier allemaal doodrijden, een voor een.' Men lachte hem uit, uiteraard, maar dat duurde niet lang. Ritte rukte zich los op 120 km van de finish, sloeg een gat van meerdere minuten en kroop zelfs met fiets en al doorheen een trein die de weg versperde. Niets kon Ritte stoppen. Uiteindelijk kwam hij op zijn eentje aan in Gent, parkeerde zijn fiets tegen een café, dronk een drietal pinten bier en reed op zijn gemak over de finish, met een voorsprong van 14 minuten op Léon Buysse. Tegen het publiek op de wielerbaan riep Ritte: 'Ge moogt naar huis gaan. Ik lig een halve dag voor.'

'Een flandrien reed individueel', zegt Rik Vanwalleghem. 'Met de kop tussen de schouders reden ze alles kapot, tot ze niet meer wisten van welke parochie ze waren.' Zo ook Briek Schotte, nog zo'n legende. 'Ijzeren Briek was zijn bijnaam', vervolgt Vanwalleghem. 'Vanaf 1940 nam hij twintig keer opeenvolgend deel aan de Ronde van Vlaanderen. Twee keer won hij. Op een van de twee avonden dat hij de Ronde had gewonnen, moest hij door een raam van de boerderij van zijn ouders klimmen om terug binnen te geraken. Zijn ouders lagen al te slapen en hadden de deur op slot gedaan. Ze wisten niet dat hun zoon die dag de Ronde had gewonnen. Om maar aan te tonen hoe anders de mentaliteit toen was.'

Legendarische kasseistroken

Vandaag is het een ander verhaal. De Flandriens maakten het wielrennen tot onze nationale sport. Schotte, Van Steenbergen, Van Looy, Leman, De Vlaeminck en Merckx trokken de koers open tot ver over de landsgrenzen. En wanneer de sponsors het grote geld in het wielercircuit brachten, kon de hele wereld toezien hoe Vanderaerden, Planckaert, Van Hooydonck, Museeuw, Van Petegem, De Volder en Boonen een haast mythische status kregen in Vlaanderen. De helden van weleer zijn halfgoden geworden. Hun Olympus heet Kwaremont, Koppenberg, Bosberg,  Scherpenberg, Taaienberg, Paterberg, Wolvenberg, Molenberg, Valkenberg, Kanarieberg en Kruisberg.

Jaarlijks komen tienduizenden wielrenners vanover de hele wereld het parcours van de Ronde verkennen. De Vlaamse Ardennen zijn Vlaanderens mooiste landschap geworden; de legendarische kasseistroken beschermde monumenten. Talloze B&B's staan in de groene heuvels ingeplant. Fiets- en wandelknooppuntnetwerken maken de hele regio toegankelijk, voor wie houdt van rust, panoramische vergezichten, lommerrijke bossen en kabbelende beekjes. Hou je van vakantie dicht bij huis, met het gevoel toch ver weg te zijn? Neem dan een kijkje op www.toerismevlaamseardennen.be en kom genieten.

 

De Ronde in weetjes en cijfers

'KOARLE'

Karel van Wijnendaele, beter bekend als “Koarle”, riep zowel de krant Sportwereld als de Ronde van Vlaanderen in het leven. Zijn liefde voor de wielersport was een missie. Karel was journalist en zijn woorden kwamen recht uit zijn hart en buik waardoor hij zo populair werd. In de jaren ‘20 nam hij zijn flandriens mee naar de wielerbanen van New York en Chicago en in de jaren die volgden gaf hij de Ronde een internationale uitstraling.

RENNER & MECHANIEKER

Tot de jaren ‘50 moesten renners zelf voor hun herstellingen zorgen. Met twee reservebanden rond hun hals, klein gereedschap in hun zakken en een pomp, fietsten deze coureurs de Ronde. Een herstelling van een band nam twee à drie minuten in beslag. Wanneer hun zadel, pedaal, voorvork of stuur brak, was het erger. Dan waren ze klaar met koersen

Eerste Ronde

37 flandriens fietsten de eerste helletocht van 324 km,
gewonnen door Paul Deman.

6kg spaghetti

Verbruikt een renner aan energie die overeenkomt met
18 pastaporties. Hij verliest ook 5 à 6 liter zweet.

BIEFSTUK ALS ONTBIJT

In New York werden flandriens de ‘rauw vleesch etende menschen’ genoemd omdat ze zo veel biefstuk aten voor de koers. Briek Schotte: “Een paar uur voor de wedstrijd aten wij als ontbijt een biefstuk met wat licht beboterd brood en een koffie erbij. Ik heb nooit iets anders gekend dan biefstukken. We deden onze biefstukken mee in onze valies en in een café nabij de start bakten wij die.”

EEN FLANDRIEN?

De term ontstond tijdens de Vlaamse wielerkoersen van het interbellum, toen wielrenners een voortdurend gevecht moesten leveren tegen de slecht aangelegde kasseien. Ploegwerk bestond nog niet. Een flandrien reed individueel en duwde op de pedalen tot hij niet meer wist van welke parochie hij was. Flandriens waren oersterke kerels en knokten van begin tot einde.

5 monumenten

Vormt De Ronde met Milaan-San-Remo, Parijs-Roubaix,
Luik-Bastenaken-Luik & de Ronde van Lombardije

5 drievoudige winnaars

Achiel Buysse, Fiorenzo Magni, Eric Leman,
Johan Museeuw & Tom Boonen

KOPPENBERG KASSEIEN

Kunstenaar Vladimir Tanghe telde ooit het aantal kasseien in het steilste deel van de Koppenberg: 66 240 kasseien over 2760 rijen van gemiddeld 24 stenen. De totale helling telt er dus nog een pak meer.

DE PATERBERG

Samen met de Koppenberg en de Oude Kwaremont is de Paterberg een van de zwaarste hellingen. De Paterberg is een smalle steile weg waarvan de kasseien sinds 1993 beschermd monument zijn. Gemiddeld stijgingspercentage: 12,5%. Steilste stuk: 20%. De top ligt op 48m hoogte.

Jongste winnaar

Rik van Steenbergen reed De Ronde in
1944 op 19-jarige leeftijd.

Oudste winnaar

Andrei Tchmil won in 2000
op 37-jarige leeftijd.

DE MUUR VAN GERAARDSBERGEN

is een monument uit de Vlaamse wielergeschiedenis. De Muur is vaak de voorlaatste helling en vaak ook het beslissende moment in de finale. De steile helling heeft een lengte van 1075 m en het hoogste stijgingspercentage bedraagt 20%. De Muur bestaat uit kasseien die horizontaal liggen, wat beklimming extra moeilijk maakt.

26.22 km/u

De traagste Ronde werd gereden in 1926

43.58 km/u

De snelste Ronde werd gereden in 2001.

Schrijf je in op de nieuwsbrief